Noodzaak van de revisie van de Delitzschvertaling van het Nieuwe Testament

Franz Delitzsch en zijn vertaling

Dr. Franz Delitzsch (1813 -1890) was in de 19e eeuw een beroemd Luthers theoloog en taalkundige. Hij was hoogleraar, onder meer in Leipzig, en een groot kenner van het bijbels Hebreeuws en van de Joodse wereld. Hij heeft zich ook sterk beijverd voor Evangelieverkondiging onder het Joodse volk. Het belangrijkste werk dat hij heeft nagelaten is de vertaling van het Nieuwe Testament vanuit het Grieks in het Hebreeuws, dat in 1877 voltooid werd. Wereldwijd is er veel wetenschappelijke waardering voor deze vertaling.

Textus Receptus en Kritische tekst

Belangrijk is om te vermelden dat Delitzsch zijn vertaling grotendeels baseerde op de manuscripten die ten grondslag liggen aan de edities van de Textus Receptus (TR). Deze handschriften dateren uit de Middeleeuwen en werden en worden als betrouwbare bronnen beschouwd. De Nederlandse Statenvertaling en de Engelse King James Version zijn ook op de TR gebaseerd. Echter, in Delitzsch’ tijd kwamen er wetenschappers die claimden dat andere manuscripten betere papieren hadden en bovendien ouder waren dan de TR. De wetenschappelijke compilatie van deze bronnen wordt de Kritische Tekst (KT) genoemd. De discussie tussen voor- en tegenstanders van beide bronnen duurt tot in onze tijd voort. In navolging van de Statenvertalers, Delitzsch en vele anderen houden wij vast aan het gebruik van de TR als bron voor vertalingen. De Engelse Trinitarian Bible Society – nauw verbonden met de GBS – heeft een brochure opgesteld met meer dan 600 grotere en kleinere verschillen tussen de TR en de KT. Soms ontbreken in de KT hele of halve teksten die in de TR wel voorkomen. Een voorbeeld daarvan is Mattheus 12:12. Het totaal aan weglatingen is groot. (zie voor meer informatie de “Introduction to the Textual Key” onder de knop ‘meer informatie’)


Doneer

 

Twee Hebreeuwse vertalingen

Behalve de Delitzschvertaling van het Nieuwe Testament, bestaat er in Israël nog een vertaling. Deze is in de jaren zeventig van de twintigste eeuw gemaakt op basis van de KT. Afgezien daarvan is ook de vertaling als zodanig op verschillende punten vaak aanvechtbaar en vrij. Vandaar dat er in de kring van Messiasbelijdende gemeenten altijd voorstanders zijn geweest om de Delitzschvertaling in de gemeenten te gebruiken. Vanuit het Deputaatschap voor Israël en de Gereformeerde Bijbelstichting zijn deze mensen al vele jaren gesteund. Helaas gebruikt slechts een minderheid – 10-15 procent - van de Messiasbelijdende gemeente de Delitzschvertaling. Daarvoor zijn een aantal redenen te geven.

  1. De Delitzschvertaling is gemaakt vóórdat eind negentiende eeuw het moderne Hebreeuws, het Ivriet, ontstond. Delitzsch baseerde zijn vertaling op het Hebreeuws uit het Oude Testament en de Talmoed. Deze taal werd niet meer gesproken en had een woordenschat van ongeveer 8.000 woorden. Het Ivriet zoals Eliëzer Ben Jehuda ontwikkelde, heeft inmiddels zo’n 45.000 woorden. Het is duidelijk dat het voor de moderne Israëli niet eenvoudig is het Hebreeuws van Delitzsch te verstaan.
  2. Hoewel Ben Jehuda zijn uitgangspunt voor het moderne Ivriet ook nam in het Hebreeuws van het Oude Testament en de Talmoed, ontwikkelde hij daarnaast noodzakelijkerwijs nieuwe woorden die hij “leende” uit bijvoorbeeld het Arabisch of het Jiddisch. Sinds het ontstaan van het Ivriet 130 jaar geleden heeft die taal zich verder ontwikkeld, net zoals iedere levende taal dat doet. Dit heeft tot gevolg dat woorden die Delitzsch gebruikt soms een andere betekenis hebben gekregen. Dat kan tot ernstig onbegrip leiden. Een duidelijk voorbeeld daarvan is het woord voor ‘Middelaar’ dat Delitzsch gebruikt. In het moderne Ivriet betekent dat woord ‘koppelaar’; iemand die onderhandelt tussen een prostitué en een klant.

Andere aspecten die een revisie noodzakelijk maken

Behalve de hierboven genoemde zaken, zijn er nog enkele argumenten die de revisie van de Delitzschvertaling noodzakelijk maken.

  1. Hoewel Delitzsch de TR gebruikte als bron, gebruikte hij in de eerste edities ook bronnen als de Codex Sinaïticus. Sporen van deze onbetrouwbare bron zijn ook in latere edities nog te vinden.
  2. Het Hebreeuws dat Delitzsch gebruikt is van hoog literair gehalte. Hij gebruikte een poëtisch Hebreeuws zoals het in het Oude Testament maar vooral ook in de Talmoed te vinden is. Dat is voor de gemiddelde Israëli minder goed verstaanbaar en bovendien veroorloofde Delitzsch zich in zijn streven naar mooi Hebreeuws weleens zoveel vrijheid dat hij in zijn vertaling verder van de Griekse brontekst afraakte.
  3. Als er in het Nieuwe Testament geciteerd wordt uit het Oude Testament dan gebruikt Delitzsch de tekst van het Oude Testament en niet zoals die in het Grieks is overgeleverd.

Toch de Delitzschvertaling als uitgangspunt

Hoewel de Delitzschvertaling dus zeker nadelen heeft en hier en daar echt correctie behoeft, is de vertaling als zodanig een goede bron om van uit te gaan bij een revisie. Samengevat zijn de argumenten daarvoor:

  • Delitzsch baseerde zich voor een groot deel op de betrouwbare TR-bronnen.
  • Omdat Delitzsch uitging van het taaleigen van het Oude Testament, laat zijn vertaling van het Nieuwe Testament eenzelfde taalbeeld zien. Ook bij een revisie wordt dit zoveel als mogelijk gehandhaafd zodat de eenheid tussen Oude en Nieuwe Testament onderstreept wordt.
  • Wetenschappelijk gezien is de vertaling van Delitzsch een meesterwerk van grote accuratesse en stijl, dat als zodanig nog altijd erkend wordt.

De taalkundigen die met de revisie bezig zijn, staan voor de uitdaging om trouw te blijven aan het oorspronkelijk Grieks, de stijl van Delitzsch en het bijbels Hebreeuws te handhaven en tegelijkertijd de vertaling beter toegankelijk te maken voor een bredere doelgroep. Het vertaalteam bestaat uit taalkundigen uit de Messiasbelijdende kring, uit de kring van de TBS en uit Israëlische taalkundigen.

Gezamenlijk project van: